woensdag 6 februari 2013

borstvoedingsmaffia

Tijdens de zwangerschap word ik geconfronteerd met talloze keuzes die gemaakt moeten worden.  Wat regelen we met betrekking tot erkenning van het kind? Hoe doen we dat? Wanneer doen we dat?
Welk bedje nemen we, welke commode? Of doen we toch een wieg? Eindeloos wikken en wegen en dan uiteindelijk op iets totaal anders uit komen.

Zo ook met betrekking tot het voeden van ons beebje. Doen we flesvoeding of ga ik borstvoeding geven? Borstvoeding lijkt me een natuurlijke keuze en toen ik dit aangaf bij de verloskundige kwam zij met het nobele plan om ons een borstvoedingscursus te laten volgen. Dat was haar advies.
Jeetje zeg, een cursus in iets wat oer is. Nou ja, laten we het maar doen. Zij zal tenslotte wel weten waar ze het over heeft.
Dus manlief en ik vorige week naar de eerste cursusavond. En inderdaad het was bijzonder leerzaam. Nog nooit hebben wij zoveel tiet in 1 avond gezien. Handige tips, interessante filmpjes en een duidelijk beeld van hoe en wat.
Manlief en ik waren eigenlijk al verzadigd, maar de cursus bestond uit twee avonden dus ook afgelopen maandag togen wij naar het verloskundigcentrum.
We waren al gewend aan de stille stelletjes die totaal geen interactie hadden met de lactatiekundige (ja, ik heb het woord ook niet uitgevonden), dus echt ongemakkelijk was het niet meer.
Aan het eind van de avond konden wij het woord borstkolf, tepelkloof, tepelhoedje en spruw niet meer horen. We hadden teveel info gekregen.
Te vaak gehoord dat het belangrijkste de “grote hap” is. Die in de vorm van de K van Kellogs. Ik zag gelijk een pacman-achtig poppetje voor me, happend naar mijn borst.
En het filmpje over de elektrische borstkolf….Ik zal veel mensen tegen de borst stoten, maar het gaf mij een soort van melkkoe idee. Manlief en ik konden elkaar ook niet aankijken, we zouden anders onbedaarlijk in de lach schieten en dat zou toch ook wel heel erg sneu zijn voor de beste mevrouw die zo haar best deed de info over te brengen.

Manlief en ik hadden thuis nog een brainstormsessie over het kolven op mijn werk en ik besloot dat ik er klaar mee was. Ik wilde even niet meer aan tieten, kolven en tepelkloven denken. Ik wilde gewoon even niets.
Die nacht bleef mijn hoofd overlopen met de verkregen informatie en ik zag talloze borsten op mij afkomen, honderden pacman-mannetjes mij achtervolgen voor de grote hap en ik werd badend in het zweet wakker. Dit nooit weer!!

Vandaag zakte het wat af, leek ik weer mijn oude ik en kon ik de borstvoedingsmaffia op een veilige afstand houden. Totdat ik met een client in de winkel liep en langs het schap met de Kellogs cornflakes kwam……


AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAARRRRRRRRRRRRRRRRRRRGGGGGGGGGGGGGGGGGHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH

donderdag 27 december 2012

Ons kleine grote wondertje


Ons kleine grote wondertje
Het is 24 december en ondanks dat het de afgelopen 20 weken van een leien dakje is gegaan met het kleine wezentje in mijn buik en met mij, ben ik zenuwachtig.
Dit is dé echo waar manlief en ik op hebben zitten wachten. Na vandaag wordt alles anders. Het voelt goed, maar toch kan ik de onzekerheid niet onderdrukken.

Mijn blaas wordt de laatste tijd als springkussen gebruikt en ik kan het net redden van Assen naar Oosterwolde. Wanneer we aankomen bij het juiste adres ben ik even bang dat we verkeerd zitten. In mijn gedachten had ik een soort centrum verwacht. Het blijkt een woonhuis te zijn met gelukkig een zeer kleine wachtkamer. Twee stoelen en een wc om precies te zijn. O, en een senseo die ik vandaag met liefde oversla.

Ik besluit nog maar eens mijn trampoline te legen en net als ik weer wil gaan zitten in de stoel, doet ze open. Een aardige spontane vrouw begroet mij en manlief en neemt ons mee naar binnen. Het ruikt naar wierook en geeft me een vertrouwd gevoel. Na wat kleine vragen mag ik op de tafel gaan liggen. Buik bloot, koude gel er op en er wordt nog even snel uitgelegd hoe we moeten kijken.

Ze pakt de echokop en het eerste wat we zien is een ruggengraat. Compleet, met huid en alle wervels zijn te tellen. En meteen zijn mijn onzekerheden verdwenen. Dit begint goed, blijft goed en eindigt goed. Het kan gewoon niet anders.
De echoscopiste gaat verder met haar onderzoek. Ons beebje wil niet echt meewerken en heeft duidelijk mijn ADHD knopje meegekregen. Net als we de vingertjes willen tellen, besluit het even te zwaaien en zich dan te verstoppen.
Uiteindelijk is er na ruim een half uur alles geteld, opgemeten en weten we dat beebje 327 gram weegt. Perfect. Alles volgens de curves en totaal geen afwijkingen.

Als we het medische gedeelte achter de rug hebben, pakt ze een andere echokop en gaat nog even 3d foto’s maken. Ze vraagt ons of we het geslacht willen weten. Wij knikken verwachtingsvol. Ze gaat op zoek. Beebje is erg goed in het verstoppen en ligt onder mijn navel als we willen weten wat het is. Even geduld dus en we krijgen bijna de slappe lach.
En dan is het zichtbaar. Ze  legt het ons uit en ik…… ik heb tranen in mijn ogen, die ik nog goed weet weg te stoppen. Ik draai mijn hoofd op zij en zie dan het trotse en ontroerde gezicht van manlief.  Ook bij hem zitten zijn tranen hoog. Hij is trots op het wonder in mijn buik en hoe het groeit en zich ontwikkeld.

We krijgen de foto’s mee en manlief krijgt zijn wonder in een sleutelhanger die hij met trots aan zijn autosleutel hangt. Zo heeft hij het altijd bij zich.

Met een grote grijns (en weer een lege blaas na dat leuke kleine kamertje) verlaten wij op een grote wolk oosterwolde. Thuis zitten we nog een uur lang naar de foto te kijken, te grijnzen, hebben we waterige ogen en houden we elkaar stevig vast.  Wat een wonder en wat is dit een prachtig cadeau.
De hele achtbaan van de afgelopen tijd van al het verdriet, zorgen en geluk door elkaar heen is het waard geweest, want hier doen we het voor.

We bespreken al snel welke naam we in gedachten hebben en manlief en ik zouden manlief en ik niet zijn als we het hier al over eens zijn. We hadden dezelfde naam in gedachten, zonder dat we het van elkaar wisten.


zaterdag 10 november 2012

De jacht

Vandaag besloot ik geheel vrijwillig eens met Bruno een langere weekendwandeling te maken dan normaal. Gewoonlijk wandel ik in de buurt mijn middagrondje op de zaterdag, want ervaring heeft mij geleerd dat het op zaterdag en zondag behoorlijk druk is op de plekken waar ik met hem wil wandelen.

Vandaag stopte de auto bij de golfbaan. Daar heb ik de afgelopen week bijna elke middag met hem gelopen, dus wellicht dat daar mijn golfarm ook vandaan komt. Dit geheel terzijde, want het voegt niets toe aan mijn verhaal.
Ik parkeer de auto wat meters verder dan gewoonlijk, want ik was afgeleid door twee mannen met geweren langs de weg. Zo'n  eerste aanblik van de jagers jaagt mij spontaan schrik aan en dat duurt meestal luttele seconden voor ik weer terug ben op aarde.
Ik ben gelukkig niet nieuwsgierig, dus ik heb ook totaal niet gelet op of er ook jachthonden waren. Deze sprongen spontaan in mijn blikveld op en ik constateerde een Duitse Staande Draadhaar (reu, want hij was groot, heel groot) en een heidewachtel kruising, ook heel groot. Ach, dan maakt mijn hart een klein sprongetje daar ik een zwak heb voor jachthonden.

Ik wandel rustig mijn ronde, Bruno doet wat hij moet doen zonder al te veel op mij te letten en we strompelen door de modderige paden die zijn kapotgereden door de trekkers weer terug naar de auto. Even een kleine pitstop, want op zaterdag zijn er altijd van die nozems die de auto achter die van mij neer moeten zetten en denken dezelfde route te moeten lopen. Maar afijn, ik weer terug naar de auto, donder de hond op de achterbank, blaf naar hem dat hij moet gaan zitten (anders begrijpt hij het niet en blijft hij staan) en rij richting huis.

En daar zijn de jagers. De frustratie van het niets gevangen hebben is duidelijk te zien op de gezichten. De Duitse Staande blijft mooi zitten in het akkerland als de jagers even overleg plegen, maar de kruising Heidewachtel doet wat een Heidewachtel altijd doet, hij volgt zijn eigen weg. En dan komt tot mijn grote schrik de ware aard naar boven van de ene jager. Hij slaat zijn hond met de riem alsof het een zweep is! Kokend van woede kijk ik de man aan, maar ik riskeer niets. Ik ben een vrouw en bovendien zwanger, dus iemand met een geweer aanspreken op zijn gedrag laat ik maar even afweten nu.
De hond weet niet hoe diep hij moet wegkruipen. Als de grond onder zijn lijf zou wegzakken, zou hij zich vrijwillig laten meezakken. Wat een oneerbiedig handelen naar je hond.
Ik weet uit eigen ervaring dat jachthonden hard zijn, Bruno bijt hele bramentakken met reusachtige stekels door alsof het kleine twijgjes zijn, geeft niets om kattenkrabben op zijn neus, een correctie komt nauwelijks aan. Maar dit, dat een jachthond dit gedrag laat zien, dat past niet bij het fiere uiterlijk van de Heidewachtel.
Ook al zijn ze soms in staat je bloed te laten koken door hun eigenzinnige gedrag, dan nog. Het is een hond, het is zijn karakter en je houdt er van of je houdt er niet van. Maar je hond met de riem slaan en de riem dan gebruiken als een zweep.....dat gaat mij echt te ver.
Deze jagers hebben voor mij afgedaan. Hier kan ik geen respect voor opbrengen. Sowieso niet voor de jacht, maar dat is een ander verhaal.

donderdag 1 november 2012

De dingen groeien met de week

Zwanger en dat al 13 weken. Helemaal geweldig zou je denken. En ja, dat is ook zo. Ik voel me goed en naast sommige verdrietige beslissingen geniet ik er volop van. Zeker nu ik uit de eerste 12 weken ben en het de hele wereld kan vertellen.  Ik kijk naar kinderkleertjes, verdiep me in de diverse kinderwagens, bedjes, lakentjes en wat je denkt nodig te hebben. Al snel kom ik tot de conclusie dat dit meer is, dan wat je daadwerkelijk nodig hebt.  En dan lach ik maar weer eens om mezelf.

Het enige waar ik niet om kon lachen was het toenemen van mijn gewicht. Jarenlang is het een gevecht geweest en de laatste twee jaar was ik stabiel. Ik was definitief van mijn 15 kilo overgewicht af en ik begon me eindelijk weer vrouwelijk te voelen. Al vrij in het begin van deze zwangerschap begon mijn buik wat te groeien en ik ging naar maat 38. Nog niet zo veel aan de hand, maar het knaagde wel. Ik at enkel 2 boterhammen per dag meer en het ging nu al zo hard. Mijn god, waar eindigt het? Ben ik dan straks weer zo veel zwaarder? Krijg ik het er nog af?

Tot de kritieke grens van 12 weken zat het me met regelmaat dwars. Ik kon amper in spijkerbroeken, droeg losse truien en shirts om de boel te verbloemen en mijn jurkjes hingen te verstoffen in de kast. Ik voelde me alles behalve vrouwelijk. Enkel mijn borsten die ook in volume toenamen, maakten dat ik me zo heel af en toe nog wel eens sexy voelde. In mijn blote kont in de badkuip voor de spiegel. Maar och, als er dan weer zo’n gewaad over heen ging…… weg sexy gevoel. Ik kon wel op kamperen gaan.
Ach en dan hoor ik manlief, schat het hoort er bij. Het maakt niet uit, je bent mooi. Ik vind je mooi. Ja, dat zal wel…. Maar ik voel me niet mooi. Het frustreert me. En dan straks in van die tenten rondlopen en hopen dat na de bevalling die kilo’s er nog een beetje af willen.

Deze frustraties heb ik van de week nog maar eens heel helder uitgesproken, want verdomme wat voelde ik me belabberd. Tot gisteren. Ik trok een zwangerschapslegging aan en jezus wat zitten die dingen lekker. Ik deed er een mooi jurkje op, laarzen er bij aan en een vestje en ik was trots. Zwanger met een buikje wat niet meer te verbergen is, maar wel godvergeten sexy. Ja, het kan. Een buik en sexy zijn. Gelukkig. Ik kan dus nog gewoon vrouw zijn en me vertonen over straat.
Sinds gisteren is mijn schaamte verdwenen, draag ik met trots een skinny zwangerschapsjeans en ben ik trots op mijn buikje. Ik ben zwanger, ik ben vrouw en ik ben sexy. Zo, weg drempel, hallo nieuwe wereld!

dinsdag 24 juli 2012

Koel ecosysteem

Ze woonden er al jaren. Dolgelukkig, tevreden met alles wat ze hadden en ze voelden zich op hun gemak. Het was een prachtige omgeving, niet te veel licht, koel en een relatief droog klimaat. Perfect voor hun, want zonlicht konden ze maar moeilijk verdragen. Hun huid werd er schilferig van en te lang in de zon zou ze fataal worden.
Het eten was net voldoende voor ze aanwezig. Het was niet veel, maar genoeg om te kunnen overleven. Al moesten ze er vaak uren voor wandelen. Strooptochten in het donker, door smalle spelonken en in grotten. Overal werd er gekeken, plasjes water werden leeggevist. Soms zoet water, soms zout water. Het lag er maar net aan waar ze waren.

Totdat de grootste van het stel bedacht dat dit anders moest. Er moest toch een mogelijkheid zijn dat ze zelf hun eigen eten gingen verbouwen? Hij zocht,  overpeinsde, piekerde en kwam zowaar met een oplossing.
Snel rende hij naar de anderen. Hij had een hele mooie lange spelonk gevonden, niet te diep, maar vochtig en donker en daar konden ze hun eten gaan verbouwen. Het was ideaal, er kwam niemand en het bleef er lang goed.

Zo gezegd, zo gedaan. De eerste zaden werden geplant en nu was het afwachten. En jawel, na twee maanden was daar het voedsel. In overvloed. Nog nooit hadden ze hun buiken zo vol gegeten. En met al dat eten, werden ze steeds dikker en groter, totdat ze op een gegeven moment niet meer in hun huis pasten en op zoek moesten naar een andere woonplaats. En daar zat nou net het probleem. Die was er niet.
Ze sliepen nu in de open lucht, zichtbaar voor de vijanden. En het duurde dan ook maar een paar weken, totdat de vijand ze gevonden had.
Met grof geweld kwam ze door de woonomgeving. Met een giftig goedje en een groot laken. Alles werd verwoest. Alle gebouwen, al het eten, de voorraden en zelfs van hun bleef er niets meer over. Alles verdween in het laken met gif en werd ondergedompeld in een groot bad.


Ik heb vandaag mijn koelkast schoongemaakt en ben de rubbers niet vergeten. Daar zat toch een voorraad.

zaterdag 7 juli 2012

Yoga (uit de oude doos)




Elke donderdagavond is het bij mij yoga-avond. Anderhalf uur lang mijzelf in onmogelijke poses wurmen en dat ter ontspanning. En als je nu denkt dat het heel zweverig is, absoluut niet. Het is inspannend en vermoeiend. Maar goed, ik dwaal af....
Een keer voordat ik naar de yoga toeging, hadden mijn partner en ik een gezellig moment met ons tweetjes. Mijn partner knalt er nog even uit, voordat ik naar de yoga toe ga, dat we aan preyogale ontspanning hebben gedaan. Een bezigheid die vaak tussen twee mensen plaatsvindt en meestal achter gesloten deuren met de gordijnen dicht.

Deze uitspraak zorgde de week daarna voor veel hilariteit tussen mij en Iris. Ik had haar een mailtje gestuurd met de uitleg van de preyogale ontspanning en een hilarische middag met veel tena-momenten was geboren.

Wij gingen van biggetjesroze wol, naar krulstaartjes die kwispelen en eindigden de middag met het grote zwarte ding uit Meppel, wat met roze beveerde handboeien lag vastgebonden en waar je ZIT ZIT ZIT tegen roept. Tot slot kwam er nog een conclusie dat ik nu niet meer op een normale manier naar de yoga toe kon. Ik zou daar wel het een en ander te verklaren hebben wanneer ik daar een tena-moment zou hebben. En "binnenpretje" is dan niet genoeg.


In de yoga-groep zitten over het algemeen vrouwen. Lieve vrouwen, oudere vrouwen, jonge vrouwen en MANNEN. Een van hen heet Jan Doedel.

Jan Doedel heeft bij mij een waar tena-moment gecreeerd. We deden een oefening waarbij alleen je buikspieren bewegen. Vraagt de yoga-lerares op een gegeven moment of het allemaal lukt en of we het kunnen laten bewegen. Zegt Jan Doedel tegen haar: "ja er beweegt wel wat." Nou, ik had het niet meer. Ik zag gelijk het beeld voor me van het grote zwarte ding wat ik tot kalmeren bedaar en vast bind met handboeien.

Je begrijpt dat ik vanaf dat moment geen normale yoga-avond meer heb gehad en steeds als ik Jan Doedel zie, lig ik toch weer helemaal in een deuk.

Ik heb de yoga nu ook opgezegd, ik kan niet meer serieus meedoen. Jan Doedel ligt bijna elke les naast me en ik hoef maar te kijken en de les is alweer verpest. Wel heb ik nu enorm goed ontwikkelde lachspieren.



dinsdag 3 juli 2012

Mooi einzelgängster



Als kattenverzorgster vervulde zij haar leven. Van jongs af aan koesterde zij een diepe liefde voor deze harige, kleine en lieve viervoeters. Het eigenzinnige karakter van de katten paste prima in haar denkwijze over het leven. Geen vooropgestelde regels waar je je aan moest houden. Nee, ongelimiteerd genieten van de vrijheid. Dat was haar motto.


Aan het huishouden hechtte ze geen waarde,  dat stond onderaan het lijstje van dingen die gedaan moesten worden. Dat de katten verhaarden vond ze niet erg, ze spaarde de haren op. Van die haren spon ze garen wat ze gebruikte voor haar andere liefde: breien.
Haar gehele garderobe bestond uit eigen gebreide truien, vesten, jurken, omslagdoeken. Zelfs de handdoeken waren van wol. Het was warm, werd niet snel vies en de kattenharen vielen niet op. Allemaal voordelen die haar veel tijd uitspaarden met wassen, want een wasmachine had ze niet.
Voor haar huisje langs liep een kleine beek waar ze zich ’s ochtends in waste en waar ze bij hoge uitzondering een stofdoek uitspoelde.  Naast het bij elkaar vegen van haar te maken garen, deed ze niets in huis.

De mensen uit het dorp vonden haar maar een rare verschijning. Met haar gebreide gewaden, haar vette piekerige haar en haar half vervallen gebit. Vaak werd ze uitgelachen, scholden kinderen haar uit en als ze pech had werd er van alles naar haar toe gegooid. Nee, ze kwam er liever niet, maar voor haar boodschappen moest ze wel. Vanaf haar huisje was het een kleine 2 kilometer lopen naar het dorp, dwars door de bossen heen. Tijdens deze wandelingen bereidde ze zich al voor op haar aankomst. Wat stond haar nu weer te wachten? Kwam ze ongedeerd weer terug? Ach, ze zou het wel zien. Ze moest boodschappen hebben. Voor zichzelf, maar zeker ook voor de katten. De laatste weken hadden zich meer poezebeesten gemeld en het voer ging er harder door dan gepland.

Na een half uurtje kwam ze aan in het dorp. Gelukkig, het was niet druk merkte ze op en liep snel naar de supermarkt. Daar wist ze in een kwartier alle benodigde boodschappen in te slaan en naar buiten te gaan. En daar stonden ze, het groepje wat haar al jaren treiterde. Verwende kinderen, vond ze. Met hun jeans, hoge hakken, weelderige haren en geplamuurde gezichten. Vol minachting keek ze naar de arrogante gezichten en zag hoe de eerste scheldwoorden zich vormden. Ze sloot zich af, stelde zich voor dat ze in een luchtbel liep en probeerde de kanonnade langs haar heen te laten glijden. “Heks, feeks, lelijk wijf!” Ze hoorde het, schudde haar hoofd en liep door alsof er niets aan de hand was. Het ritueel was weer begonnen. Ze wist al precies hoe het zou gaan. Zij zou weer naar huis keren, maar tot aan de rand van de stad zouden ze haar achtervolgen. Haar omcirkelen met de fiets, haar bespugen en als ze pech had kreeg ze een of twee eieren naar haar gezicht gegooid. Ze zuchtte eens diep en zette er flink de pas in. Voor ze er erg in had, was ze al weer bij de rand van het bos.  Ze hoorde hoe het groepje omkeerde en haar nog wat nariep.
Eenmaal thuis pakte haar tassen uit en gaf haar grote liefdes te eten. Na het uitdoen van haar jas voelde ze pas hoe koud het was in huis. Ze pakte snel wat houtblokken en maakte een vuur in de houtkachel. Ze ging in haar schommelstoel zitten, wreef in haar handen en nam een poes op schoot. Ze vertelde haar dag en tranen liepen over haar gezicht. Zo kon het niet langer, er moest iets gebeuren. Ze was het zat om zo getreiterd te worden. In een hoekje wegkruipen was niet haar manier van omgaan met een tegenslag. Nee, ze had er al meer in haar leven gehad en was er meer en meer door gevormd. Een tegenslag was om aan te gaan. Om er tegen te knokken, om er zelf van te groeien. En toch vroeg ze zich af wat ze hier mee moest. De hele avond zat ze zo na te denken over haar plan. Want dat zou er komen. Na vandaag zou dit niet weer gebeuren.

De volgende ochtend werd ze met een zere rug wakker. Ze had de hele nacht doorgebracht voor de kachel. En ondanks de pijn voelde ze zich gelukkiger dan anders. Ze had haar plan uitgedacht. Deze dag zou ze gebruiken om voorbereidingen te treffen en het een en ander uit te zoeken. Het idee van het uitvoeren bracht de grootste glimlach op haar gezicht die ze in jaren had gehad. Ja, zo moest het gebeuren. Zo was het goed. Ze deed snel brokken in alle voerbakken en ging aan de slag. Eerst de kleine logeerkamer opruimen. Al het stof moest weggeveegd worden, lege dozen de kachel in en er moest een stoel in komen te staan. Vol goede moed pakte ze haar bezem en begon neuriënd te vegen.  Het ging sneller dan ooit en tevreden keek ze de opgeruimde kamer in. Ze zette er een stoel uit de eetkamer in en het vertrek was klaar voor vannacht. Dan zou het gebeuren.
De rest van de dag was ze bezig om de kachel te voorzien van brandstof en knuffelde ze links en rechts wat met haar miauwende viervoetertjes. Ze genoot van de vogels, van de geuren buiten en voelde zich vrij. Nog even en dan ging de zon onder. Dan zou ze zich klaar maken voor haar vertrek naar het dorp. Ze pakte alvast haar donkergrijze omslagdoek en wachtte tot ze de zon zag verdwijnen. Zo snel als ze kon liep ze naar het dorp en kwam puffend bij de rand aan. Ze gunde zichzelf even rust op de boomstam die dwars over het pad lag. Even op adem komen en observeren. Liep zij er al? De meest arrogante tut uit het groepje? De ervaring leerde dat de groep zich verzamelde bij de plaatselijke supermarkt om van daar uit samen de kroeg in te gaan. Een voor een zouden ze aankomen. Ze had er maar een nodig om haar plan uit te voeren.
Ze bleef turen, luisteren en zitten. Wachten was het antwoord. Geduldig zijn en niets overhaasten. Dan zou het hele plan in het water vallen. Ondertussen zag ze een grote stok liggen die haar leek te roepen. Ze ging er op af, raapte hem op en stopte hem onder haar omslagdoek. Die had ze nog nodig vanavond.
Op het moment dat ze alles bij elkaar had, zag ze dé meid verschijnen. Lange weelderige haren, hoge laarzen en een korte rafelige spijkerrok. Precies op tijd, mompelde ze. Langzaam trok ze de grote omslagdoek over haar hoofd heen en bewoog zich in de schaduwen van de bomen naar de bewuste jongedame toe. Haar hart bonsde in haar keel, maar ze moest doorzetten. Het is nu of nooit! Zonder twijfel pakte ze geluidloos de stok haalde uit en nog voor er een schreeuw gegeven kon worden, lag de meid bewusteloos op de grond. Snel gooide ze de stok weg en sleurde haar mee het bos in. Het was een zware tocht met dat meisje achter zich aan slepend, maar de adrenaline had haar genoeg kracht gegeven deze te volbrengen.
Na ruim drie kwartier zat het meisje op de eetkamerstoel in de logeerkamer. Ontkleed en met een prikkende wollen deken om zich heen. Ze mocht het niet koud krijgen. Langzaam kwam ze bij van de klap op haar hoofd, maar kon niet gewaarworden in welk huis ze zat of bij wie.
Het kattenvrouwtje had ondertussen haar tondeuse opgesnord en kwam in haar omslagdoek de logeerkamer binnen. Haar gezicht bedekt en met alleen een kaars ging ze op het meisje af. Die probeerde wat te zeggen, maar een strook tape verhinderde dat. De tondeuse ging aan en pluk voor pluk zag ze haar lange weelderige haren op de grond naast zich neervallen. Schudden met haar hoofd had geen zin wist ze, want dan liep ze kans om ook nog eens een flinke snee in haar hoofd te krijgen. Na een klein kwartier ging de tondeuse uit, maar was het ritueel nog niet klaar. De wollen deken werd afgedaan en er ontstond een branderig en pijnlijk gevoel op haar schouders. Er werd in haar huid gekerfd: De heks is zij, laat haar vrij. Het duurde lang en op het moment dat de pijn niet meer te dragen was en het meisje het bewustzijn dreigde te verliezen, hield het kattenvrouwtje op. Ze maakte het meisje los en trapte haar met de wollen deken en haar kleren naar buiten toe.  Ze zei niets en keek het meisje na. Die maakte zich snel uit de voeten, terwijl ze haar kale hoofd betastte.

Het kattenvrouwtje gaat sindsdien gekleed in haar wollen kleren, maar wel met een weelderige bos haar en het groepje jongeren wat haar treiterden heeft geen overtogen woord meer tegen haar gezegd. Zowel in haar huis, als in het dorp was ze vrij.